Na zonneschijn komt regen

Herfst is altijd een bijzonder jaargetijde om te werken. Je bent net gewend geraakt aan de zomer-treintjes en warme temperaturen als dan ineens de dag warm begint maar ‘s avonds snel en flink afkoelt. En je dan op het perron staat zonder jas of overhemd met lange mouwen. Dat je ‘s middags smacht naar koud water, maar ‘s avonds het liefst warme chocolademelk drinkt. Het is allemaal weer wennen, met kippenvel.

Zo is dat ook met reizigers. Eind Augustus, begin September is toch het grotendeels alweer terug naar werk gekeerd en de studenten zoeken hun weg ook. Waar je eerst nog met vooral dagjes mensen te dealen had, zit je trein nu vol met geroutineerde woon-/werkverkeer reizigers. Sommigen vinden het weer fijn om terug te zijn. Anderen zaten liever nog in de tuin of aan het strand. En als daar dan de eerste herfstbuien vallen vertellen gezichten meer dan woorden. En velen wisten ook wel dat die herfstbuien eraan zaten te komen, maar weinig (inclusief uw conducteur) hebben zich voorbereid hierop. Doorweekte pakken, natte broeken en dunne zomerjasjes maken van de trein een dampig, benauwd en nat geheel. Gezichten die je beter niet te lang kunt aanstaren en dan ook nog een defecte koffiemachine bij een stationskiosk maken weinig mensen mooi op zo’n dag.

Herfst is prachtig, herfst is bijzonder. En eigenlijk is herfst een jaargetijde voor gevorderden. Je moet overal rekening mee houden. Je moet je regenjas mee, maar ook je zonnebril. Je moet knoopjes van je overhemd los kunnen maken, maar ook een sjaal meenemen. Bij het ene station regent mijn colbert nat, bij het andere droogt de zon ‘m op. Bij het ene station is iedereen chagrijnig. Bij de andere zwaaien reizigers vrolijk naar mij. Bij herfst moet je geluk hebben. In de herfst lijkt het wel alsof op elke vrije dag die ik heb, een oceaan op noord-Nederland gedropt wordt. Ik durf amper naar de supermarkt. Als ik dienst heb schijnt de zon, behalve als ik op de fiets stap. En na een korte wissel (laat thuis, vroeg op) kom ik er te laat achter dat mijn eigen koffie op is. Maar vervolgens wel gewoon ‘Goedemorgen’ omroepen in de trein. Met drie bakken kiosk-koffie, dat dan weer wel.

Als ik tijdens een herfst-storm met de trein op (lees: onder) Schiphol aankom en het perron staat vol met toeristen die een weekendje naar Amsterdam gaan krijg ik wel eens medelijden. Ze moeten zich eerst met koffer en al in die trein proppen. En als je dan voorbij Sloterdijk station bent, en de automatische omroep “Amsterdam Centraal” omroept begint de trein alle wissels die daar liggen aan te rijden. Je snapt wel dat als iemand “Amsterdam Centraal” roept, iedereen begint te lopen door die trein. Ook al duurt het nog wel een paar minuut. Met blauwe plekken stappen ze uit de trein. Zit er zo’n poepende duif boven het perron en staat er een dringende rij voor de roltrap. Als je dan uiteindelijk buiten bent waai je zowat weg en ben je binnen 10 seconden tot op het ondergoed nat. Welcome to the Netherlands. Gelukkig zijn er veel leuke kroegjes in Amsterdam. Daar zou ik dan per direct heen gaan als ik in hun (natte) schoenen zou staan.

Ik ga snel weg. Op naar de zonneschijn in Groningen.

1 Comment

  • Pieter

    24.11.2017 at 10:51

    Wat is dit stukje weer leuk geschreven en… zijn die foto’s door jouzelf gemaakt? Ze zijn echt heel erg mooi.