In het hart van de Alpen

Flughafen Innsbruck

[Reisdata: 17-20 april 2017]
Vanaf bushalte Eindhoven stap ik aan boord van Transavia vlucht 6685 naar Innsbruck. Een aanrader als je van vliegen en landen in een mooie omgeving houdt. Innsbruck is een leuke stad gelegen in het zuidwesten van Oostenrijk. Op zondag 17 april ben ik in Innsbruck aangekomen, en ik ga via Salzburg, Kufstein, Kassel terug naar Groningen per trein. Kort, maar wel krachtig. In Innsbruck neem ik de Hungerburgbahn. Een kabelspoorweg vanaf het centrum, naar de wijk Hungerburg. Bouwjaar 2007, 1843 meter lang en begin- en eindstation hebben een hoogteverschil van 288 meter. Er rijden twee treinen, en zodoende kan verbinding maximaal 1000 personen per uur vervoeren (10 meter per seconde, 8 minuut per ronde). Gelukkig was het niet zo druk toen ik er was.

Hungerburg is van oorsprong een bergdorpje, maar tegenwoordig een buitenwijk van Innsbruck. Absoluut de moeite waard om te bezoeken, met prachtig uitzicht als beloning. Vanaf de Hungerburg is er ook nog een kabelbaan de berg op kunt naar het skigebied Seegrube en zelfs nog door naar de top van de Hafelekar op meer dan 2000 meter hoogte. Dat heb ik zelf niet gedaan. Het begon namelijk aardig dicht te trekken, en te sneeuwen. Bovendien was ik ook niet echt gekleed op IJslands weer. Wel had ik nu tijd voor bier met carrotcake.

Ik wandel terug naar de stad, en maak nog een stadswandeling door Innsbruck. De volgende dag pak ik de trein naar Kufstein, dicht bij de Duitse grens. Maar het weer is dusdanig aan het verslechteren dat ik mijn geplande Alpen wandeling ga inruilen voor nog een citytrip en ik besluit te blijven zitten in de trein. Ik reis door naar de volgende halte, Salzburg, de hoofdstad van de deelstaat Salzburgerland en ook nog eens geboortestad van Mozart. Ondanks dat het een nationale trein is, rijden we toch een stuk door Duitsland heen, maar dan toch stopt de trein in Salzburg.

Bij aankomst schijnt de zon, kijken de mensen blij en wandel ik door een groot openluchtmuseum, zo lijkt het wel. Veel barokgebouwen, een mooie dom en een middeleeuws burcht zijn wat al snel waargenomen heb. Ook wandel ik door de prachtige tuinen van slot Mirabell. Ik moet wel nog een keer terug naar Salzburg, want de grootste en volledig intact gebleven burcht in Europa, Vesting Hohensalzburg, heb ik niet bezocht. Wel heb ik mij laten vertellen dat de Stieglbrauerei in Salzburg zit. Prioriteiten stellen, dus ben ik daar heen gelopen. En dat is best de moeite waard. Ik heb twee regen/sneeuwbuien onderweg gehad, en het weer maakte misschien wel dat de brouwerij, en dan het bezoekerscentrum daarvan, erg rustig waren. Eenmaal opgedroogd loop ik via de filmzaal, het biermuseum naar het proeflokaal. Je bent zo twee uur zoet daar, en na je flink te hebben ingelezen en cultuur te hebben opgesnoven is het tijd om de ondertussen verkregen dorst te lessen. Op naar een proeverij van heerlijke Stiegl biertjes.

Ik word door moeder natuur gedwongen om na de proeverij nog een biertje te bestellen. Het regent en sneeuwt nu met bakken uit de hemel. Na de laatste slok, en tussen twee buien door snel ik mij terug naar het stadscentrum. Tijdens het schuilen tijdens de tweede bui raar ik aan de praat met nog een slachtoffer. Een professor van de Universiteit van Wellington. Hij is hier voor een congres, is net aangekomen en had zijn jetlag-avond-wandeling wat droger voorgesteld. We besluiten maar de kroeg op de hoek in te duiken, want het ziet er niet uit dat het snel droog wordt. Sterker nog, het begint te onweren. We drinken wat biertjes, en hebben een leuk gesprek over alles en nog wat. Het is al ondertussen al voorbij 21u in de avond, en ik moet ook nog terug naar Kufstein. Daar had ik namelijk een hotel geboekt voor deze nacht, en dat hotel had even niet gerekend op mijn omweg en vertraging. Ze bellen mij al op om te vragen hoe laat ik kom inchecken. De receptioniste verteld me dat ze over drie kwartier weg gaat, maar dat ze zorgt dat ik de sleutel toch krijg. Het is droog en ik neem afscheid van de professor en loop naar het station. De Intercity komt binnengereden en iedereen stapt uit. Met een Rus, een studente en een Nederlander rijdt de trein gelukkig wel door naar Kufstein.

Mijn hotel-kamer brengt mij even 40 jaar terug in de tijd, en buiten sneeuwt het. Hartstikke romantisch, ware het niet dat ik nu alleen op reis ben. Maar de ochtend daaropvolgend ontmoet ik wel mijn beste vriend, Mr. Koffie.

Een deel Kufstein, gezien vanaf de rivier Inn.

Nadat ik afscheid heb genomen van het zeer vriendelijke hotel-personeel loop ik via het stadje naar het station. Ik moet nog dik anderhalf uur wachten op mijn trein, dat krijg je als je totaal onvoorbereid naar het station loopt. Ik maak nog maar een wandeling, nu langs de rivier Inn, en aanschouw daarbij de andere kant van Kufstein. Wat een prachtige omgeving, wat een rust. Teruggekomen op het station denderen net twee lange goederentreinen langs. Ik zoek een plek op het perron en word aangesproken door een mevrouw met twee grote hutkoffers. Ze vraagt om hulp, als straks de trein komt. We raken aan de praat en ze vertelde dat ze hier heeft hersteld na een operatie. Dat dit gebied de mens erg goed doet, en zuivert. Nu gaat ze weer naar huis, naar Duitsland. Zelf reis ik ook naar Duitsland, ik reis naar Kassel.

Over Kassel zal ik kort zijn, er is weinig te beleven, en het is er lang niet zo mooi als in Oostenrijk. De stad Kassel is wel over de wereld redelijk bekend. Zeker bij kunstenaars en liefhebbers van kunst. Dit vanwege het vijf-jaarlijkse documenta wat daar gehouden wordt. Maar buiten documenta zal je van mij niet snel de tip krijgen om naar de stad Kassel te reizen. Of je moet er al heen willen voor de grote wasberenpopulatie die daar is. Nadat ik de ICE uitstap in Kassel, loop ik een bij het station geleden hotel binnen en kan ik voor een matsprijsje een kamer krijgen voor de nacht. Vanaf ICE station Kassel-Wilhelmshöhe pak ik de trein naar Kassel Hauptbahnhof, kijken wat de stad gaat brengen. Na een rondje besluit ik op een forum, online, om wat tips te vragen. Studente Alina uit Praag, tijdelijk studerend in Kassel, stuurt een berichtje terug, ze heeft zelfs eventjes tijd om met mij een rondje door de stad te lopen. Zo’n aanbod sla ik niet af. We lopen langs het in opbouw zijnde documenta, langs een drukke winkelstraat, via Bergpark en nog wat vage straatjes. Omdat ik de hele middag in de trein heb gezeten, en musea juist ‘s middags open zijn lukt het mij niet om die te bezoeken in Kassel, maar van horen zeggen zitten er wel wat leuk aanbod tussen. Maar daar kan ik zelf niet over oordelen. Wel weet ik dat ze een Ierse pub hebben, en dat Kassel bij studente Alina ook best wel tegenvalt. Lang leve de Ierse pub dus.

Als ik de volgende ochtend wakker word schijnt de zon volop. Ik check uit, loop naar het station en zie dat alle treinen flinke vertraging hebben. Maar er komen wel net twee treinen naast elkaar binnen die beiden naar station Göttingen gaan. Ik stap in één van de treinen, en bestel een flinke kop koffie bij de bistro. Nog voordat ik mijn hete kop koffie op heb zijn we al aangekomen in Göttingen. De rit duurde dan ook maar een dik kwartier. Blauwe lucht en een warme zon begroeten mij, op zoek naar een bakker voor ontbijt en koffie. Na een rondje stad reis ik verder naar één van mijn favoriete steden, namelijk Hannover. Daar loop ik vanaf Hbf door de Staatspark naar de Großer Garten. Daar plof ik neer op een uitgestorven terras. Bij de kiosk haal ik een ijskoude halve liter bier voor slechts €2,-. Prost. Nu nog door naar Leer en met de snelbus naar Groningen.

 

[FinalTilesGallery id=’1’]